AC, AC-T, AC-P

Deze combinaties bestaan uit de cytostatica Adriamycine en cyclofosfamide, al dan niet gevolgd door Taxotere of paclitaxel. Vroeger werden meestal zes kuren AC gegeven met tussenpozen van twee of drie weken (totale behandelduur twaalf tot achttien weken). Tegenwoordig wordt vaak gekozen voor vier driewekelijkse kuren AC gevolgd door vier driewekelijkse kuren Taxotere (docetaxel) of twaalf wekelijkse kuren paclitaxel. AC wordt ook gebruikt in zogenoemde dose-dens chemotherapie; het behandelschema bestaat dan uit vier tweewekelijkse kuren AC gevolgd door vier kuren paclitaxel.

Adriamycine (chemische naam: doxorubicine)

Adriamycine is een van de oudere cytostatica en wordt al tientallen jaren gebruikt. Het behoort tot de groep van de anthracyclines. Het beïnvloedt de DNA-productie van de cel, waardoor deze zich niet goed meer kan delen. Adriamycine wordt zowel neo-adjuvant, adjuvant als palliatief gebruikt. Opgelost is het een heldere, oranjerood gekleurde vloeistof. Het middel wordt alleen per infuus toegediend.  

 

Mogelijke bijwerkingen

•    vermindering van het aantal witte bloedcellen;

•    vermindering van het aantal rode bloedcellen (anemie);

•    vermindering van het aantal bloedplaatjes;

•    (ernstige) misselijkheid en braken;

•    geheel of gedeeltelijk haarverlies;

•    pijnlijke plekken in de mond, problemen met slikken;

•    diarree;

•    koorts;

•    hartstoornissen (beschadiging van de hartspier). Deze problemen kunnen zich maanden of zelfs jaren na beëindiging van de therapie nog voordoen;

•    beschadiging van de bloedvaten. Ook met een goed aangebracht infuus kan er roodheid en irritatie van de huid ontstaan op de plaats van de injectie, en ook nog late schade aan bloedvaten, vooral als er ook wordt bestraald;

•    ernstige beschadiging van het weefsel als de vloeistof tijdens de toediening op de huid zou lekken;

•    rode verkleuring van de urine.

Cyclofosfamide (merknamen: CTX, cycloblastine, endoxan)

Cyclofosfamide is een afgeleide van mosterdgas. Het middel grijpt in in de verdubbeling van DNA in de cel. Cyclofosfamide onderdrukt het afweersysteem sterk. Het is een van oudste chemotherapie-medicijnen en wordt al tientallen jaren gebruikt. Cyclofosfamide wordt zowel neo-adjuvant, adjuvant als palliatief toegepast. Cyclofosfamide wordt meestal via een infuus toegediend, maar bestaat ook in pilvorm.

 

Mogelijke bijwerkingen

•    misselijkheid en braken;

•    pijnlijke plekken in de mond, problemen met slikken;

•    vermindering van eetlust;

•    diarree;

•    vermindering van het aantal witte bloedcellen;

•    vermindering van het aantal rode bloedcellen (anemie);

•    vermindering van het aantal bloedplaatjes;

•    haarverlies;

•    veranderingen aan de nagels;

•    irritatie van en bloedingen in de blaas;

•    onregelmatige of (tijdelijk) uitblijvende menstruatie.

Taxotere (chemische naam: docetaxel)

Taxotere (chemische naam docetaxel) is een anti-kankermedicijn dat behoort tot de taxanen en wordt gemaakt van de naalden van de Europese taxus.

Taxotere heeft een soortgelijk werkingsmechanisme als paclitaxel, maar verschilt daarvan in effectiviteit en bijwerkingen. In elke cel bevinden zich zogenoemde ‘microtubili’: kleine, buisvormige structuren die een soort inwendig skelet vormen. Taxotere verstoort het vermogen van de cel om dit skelet voorafgaand aan de celdeling af te breken, waardoor de cel niet kan delen en na verloop van tijd zonder nageslacht zal sterven.

Taxotere wordt vooral adjuvant en palliatief gegeven bij lokaal gevorderde of uitgezaaide borsttumoren. Bijvoorbeeld:

•    borsttumoren die resistent zijn tegen andere chemotherapie of teruggekeerd zijn na een behandeling met andere chemotherapie;

•    borsttumoren die verschijnen tijdens een adjuvante chemotherapie, waaruit dus kan worden afgeleid dat de adjuvante therapie niet werkt;

•    of als de chemotherapie zijn uitwerking heeft gemist met een anthracycline.

Bij adjuvante toediening wordt Taxotere vaak gegeven na AC of FEC, of in combinatie (gelijktijdig) met cyclofosfamide.

 

Mogelijke bijwerkingen

•    vermindering van het aantal witte bloedcellen;

•    vermindering van het aantal rode bloedcellen (anemie);

•    vermindering van het aantal bloedplaatjes;

•    schade aan de zenuwen in handen en voeten, leidend tot een tintelend, brandend of juist verdoofd gevoel en/of tot problemen met de coördinatie van bewegingen;

•    misselijkheid en braken, gebrek aan eetlust, veranderingen in de smaakzin;

•    ontsteking van het mondslijmvlies (moeilijkheden met slikken, pijnlijke plekken in de mond);

•    ademhalingsproblemen;

•    diarree of constipatie;

•    volledig haarverlies;

•    huiduitslag;

•    veranderingen in de structuur en de stevigheid van de nagels, soms vallen de nagels uit;

•    spier- en gewrichtspijnen;

•    infecties;

•    vochtopstapeling (die zich uit in het zwellen van enkels en/of voeten);

•    algemeen gevoel van zwakte of vermoeidheid;

•    allergische reacties die zich uiten in een warmtegevoel, beklemming van de borst of jeuk tijdens of net na de toediening (om deze reden worden preventief corticoïden toegediend);

•    onregelmatige of (tijdelijk) uitblijvende menstruatie.

Paclitaxel (merknamen: Taxol, Paclitaxin, Paxene)

Paclitaxel (beter bekend onder de merknaam Taxol) is een anti-kankermedicijn dat wordt gewonnen uit de taxusboom. Ook uit de naalden van de taxushaag (Taxus baccata) kan men de juiste stof halen om paclitaxel te produceren.

In elke cel bevinden zich zogenoemde microtubili. Dit zijn kleine, buisvormige structuren die de cel zelf aanmaakt. Ze zijn noodzakelijk voor de celdeling. Paclitaxel stimuleert de aanmaak van deze microtubili en verhindert tegelijk hun afbraak, waardoor de cellen verstikken.

 

Paclitaxel wordt toegediend:

•    adjuvant: meestal na drie of vier kuren AC of na drie kuren FEC;

•    palliatief: als de kanker zich heeft verspreid buiten de borst (uitzaaiingen) en een combinatie van andere chemotherapie-medicijnen niet werkzaam is gebleken;

•    als de borstkanker terugkeert binnen zes maanden nadat de patiënt werd behandeld met een adjuvante chemotherapie en dus uit de terugkeer van de kanker feitelijk blijkt dat de adjuvante therapie niet heeft gewerkt.

 

Mogelijke bijwerkingen

•    vermindering van het aantal witte bloedcellen;

•    vermindering van het aantal rode bloedcellen (anemie);

•    vermindering van het aantal bloedplaatjes;

•    schade aan de zenuwen in handen en voeten, leidend tot een tintelend, brandend of juist verdoofd gevoel en/of tot problemen met de coördinatie van bewegingen;

 •   misselijkheid en braken, gebrek aan eetlust, veranderingen in de smaakzin;

•    ontsteking van het mondslijmvlies (moeilijkheden met slikken, pijnlijke plekken in de mond);

•    diarree;

•    volledig haarverlies;

•    pijn in spieren en gewrichten (meestal enkele dagen na de toediening);

•    huiduitslag;

•    veranderingen in de structuur en de stevigheid van de nagels, soms vallen de nagels uit;

•    hoofdpijn;

•    vochtopstapeling (die zich uit in het zwellen van enkels en/of voeten);

•    algemeen gevoel van zwakte of vermoeidheid;

•    allergische reacties die zich uiten in een warmtegevoel, beklemming van de borst of jeuk tijdens of net na de toediening (om deze reden worden preventief corticoïden toegediend);

•    onregelmatige of (tijdelijk) uitblijvende menstruatie.

Laatst gewijzigd: 28-10-2014

Gerelateerde content

Tags bij dit artikel

Reacties

Schrijf een reactie

Er zijn nog geen reacties op deze pagina.

Reageren

Let op: je reactie wordt inclusief de opgegeven naam onderaan deze pagina gepubliceerd. BVN behoudt het recht om deze (op taalgebruik) aan te passen of te verwijderen.

 

Wil je een vraag direct aan een van onze ervaringsdeskundigen stellen, gebruik dan het 'Stel je vraag'-formulier

 

Nieuwe reacties:

Typ het getal vijf in cijfers:

Submenu