Skip navigatie

van Frederike

BVN blog

Borstkanker? Stop. Ander woord.

Ik zie haar ogen opnieuw over de regels gaan. Alsof ze meer informatie zoekt.  "Ja..., de radioloog schrijft dat het zeer waarschijnlijk kwaadaardig is." De rest van haar woorden trekt aan me voorbij als een film in een vreemde taal. Ik zie de ernst in haar ogen, in de lijnen op haar nog jonge gezicht.

Stop. Ander woord.

 

Ik zie haar ogen opnieuw over de regels gaan. Alsof ze meer informatie zoekt.  "Ja..., de radioloog schrijft dat het zeer waarschijnlijk kwaadaardig is." De rest van haar woorden trekt aan me voorbij als een film in een vreemde taal. Ik zie de ernst in haar ogen, in de lijnen op haar nog jonge gezicht.

"Maak maandag een afspraak met de oncoloog."

Kwaadaardig? Oncoloog? Tranen prikken in mijn ogen.

"Maar ik leef zo gezond!"

Ik hoop dat ik haar kan overtuigen. Haar tot een andere conclusie kan brengen, haar kan laten bekennen dat ze normaal haar collegae nooit afvalt, maar dat de voorlopige diagnose  van deze radioloog toch wel erg pessimistisch is en dat we beter eerst rustig die punctie kunnen laten doen.

De dokter zwijgt.

 "Ik rook niet, ik sport, ik eet gezond, ik slaap goed."

Ze luistert, maar antwoordt niet. Opkijken durf ik niet meer.

Ik slik. Zucht diep.

"Je moet nu niet denken dat dit fataal is hoor. Ze kunnen tegenwoordig erg veel doen. Er zijn heel goede behandelingen voor. Maar je moet wel rekenen dat je er een jaar mee bezig gaat zijn."

Een jaar? Dat zal vast wel sneller kunnen besluit ik onmiddelijk. En fataal is het dus niet. Hoef ik alvast niet bang te zijn om dood te gaan. Volksvijand nummer 1 gaat het van mij niet winnen.

 

Dokter Laurijsen is uitgepraat. Ik ook. Toch blijf ik zitten. Attendant Godot. Ik wacht. Op wat? Op wie? Wanneer komt Thei? Zal hij mij bevrijden uit deze absurdistische scene? Met zijn rationele benadering en analytisch vermogen zet hij deze hele stupide situatie dadelijk recht.  

Ik sta op. Ik schud haar hand. Ik loop de praktijk uit. Thei tegemoet.

 

Ik heb een kwaadaardige tumor in mijn rechterborst, vertel ik mezelf als eerste het slechte nieuws. Ik luister gedwee. Misselijk. Behuilde brillenglazen tonen een smoezelig wereld. Banden knerpen op het asfalt. Een auto passeert, een fiets, nog zevenennegentig auto's. De hele Merksplasse vrijdagavondspits trekt aan me voorbij. Op weg naar huis, naar moeder de vrouw, naar het friet kot, naar het weekend.

Borstkanker?

Stop. Ander woord.