Skip navigatie

van Frederike

BVN blog

Gelukskind

Thei's huisarts stelt me gerust: Iets wat snel groeit, is meestal niet gevaarlijk. Voor de zekerheid moet ik een echografie laten maken. Maar nu nog niet. Het verwijsbriefje berg ik veilig op, als een boekenlegger in het boek dat ik bij me heb voor onderweg. Opgelucht spring ik weer op mijn fiets. Gelukskind! Mijn tocht door het Zuidlimburgs heuvelland kan beginnen. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes en suis de zon tegemoet.

Gelukskind

 

Er komt niets in me op. Geen kruispunt, geen straatnaam. Ik sjor mijn fiets uit de berging, probeer het me te herinneren. Het voorwiel veert terug. De trapper scheert langs mijn scheenbeen, blijft hangen in een snelbinder. Rottig fietsenrek! Ik wil naar buiten. Venijnig duw ik een fiets opzij en ruk nog een keer aan het stuur. Los. Maar welke kant moet ik nu op? Thei heeft de weg omstandig uitgelegd, alsof ik niet al een jaar lang regelmatig in Maastricht kom. Wat heeft hij in hemelsnaam gezegd?

 

In de wachtkamer gaat de tijd merkwaardig traag. Op de lange, donkerroze banken zitten mensen rustig wat te lezen. Ik blijf staan.

Thei's huisarts stelt me gerust: Iets wat snel groeit, is meestal niet gevaarlijk. Voor de zekerheid moet ik een echografie laten maken. Maar nu nog niet. Het verwijsbriefje berg ik veilig op, als een boekenlegger in het boek dat ik bij me heb voor onderweg. Opgelucht spring ik weer op mijn fiets. Gelukskind! Mijn tocht door het Zuidlimburgs heuvelland kan beginnen. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes en suis de zon tegemoet.

"Heb jij geen absenties te melden deze week?" belt mijn collega vanuit kantoor.

"Absenties? Jij hebt geen idee waar ik ben!", antwoord ik, onhandig met mijn gsm in de hand over de weg slingerend.

"Zo ver als ik kijk zie ik bloeiende boomgaarden. Mij zie je maandag pas weer."

 

Ze zoekt in haar agenda of er nog ergens een gaatje is waar ze me zetten kan. Maar de tijdstippen die ze noemt schikken niet. Ik kan alleen van maandag tot donderdag na half drie, en vrijdags de hele dag. Het komt niet in me op dat de routine en regelmaat van de afgelopen jaren misschien even moeten wijken.

"Komt u dan toch maar morgen. Ik zet u er nog wel achter aan. Morgen, kwart over vijf".

Moet ik dat rondeind van Maastricht naar huis nog een keer rijden...

 

Voorlopig is er met mij nog steeds niets ernstigs aan de hand. Haarband rond mijn wapperende, blonde haren, mondaine zonnebril op, rijd ik -met het dak open- richting het ziekenhuis.

 "Wilt u nu alstublieft stil zijn. Ik moet mij concentreren." klinkt het nogal korzelig na kennelijk één vraag teveel. Schuldbewust draai ik mijn gezicht weg, maar mijn blik keert als een boemerang terug en boort zich vast in de 18 inches die het geheime gewoeker in mijn borst blootleggen. Witte lijnen meten de diameters van een uitgerekte vlek. Ik zie lijntjes in heldere kleurtjes. Mijn zenuwen spelen op.

"Helaas is het nu te laat om nog een punctie te doen", deelt de man mee. "Deze brief is voor uw huisarts. Maakt u zo snel mogelijk een afspraak".

"Wat heeft u gevonden?"

"Het ziet er niet goed uit. Het is tumoraal en zal zo snel mogelijk weggehaald moeten worden."

"Dat kan niet. Volgende week ga ik op vakantie."
"Die zou ik dan maar annuleren".

"Annuleren? dat is echt niet mogelijk! Mijn broer trouwt. In Italië. Als ik daar niet naar toe zou gaan, ... daar moet ik gewoon bij zijn."

"Dat ligt dan wat anders. Als u nu had gezegd drie weken naar Zuid-Amerika, dat  zou echt niet kunnen."

Stilte

"Mijn borst? Zit daar straks een gat in?"

"Die zal er niet meer uitzien als nu, nee."

Mijn maag vult zich met een vage misselijkheid. Verbijsterd kijk ik naar de dichtgeplakte brief.

Onderweg naar huis is de zon bezig van het toneel te verdwijnen. Ben ik dan geen gelukskind?