De meest gangbare hormonen op een rij

Medicijnen die de hormoonproductie remmen

Er zijn twee vormen: medicijnen die de werking van de eierstokken stilleggen door in te werken op de hypofyse (toepassing voor de overgang), en medicijnen die oestrogeenproductie in vetweefsel remmen door in te werken op het enzym aromatase (toepassing na de overgang).

 

Gosereline en andere LHRH-agonisten

Gosereline (merknaam Zoladex®) is een middel dat de aanmaak van bepaalde hersenhormonen ontregelt, waardoor de eierstokken niet meer gestimuleerd worden tot de productie van oestrogenen. Andere, vergelijkbare middelen zijn busereline (Suprefact®), leuproreline (o.a. Lucrin®) en triptoreline (Decapeptyl®). Deze medicijnen zijn voor vrouwen vóór de overgang, Ze worden (neo-)adjuvant (aanvullend) toegepast en bij uitzaaiingen. De toediening is meestal per injectie (in de buikwand) eenmaal per vier weken. Tegenwoordig kan een vrouw ook eens per twee of drie maanden injecteren.

Deze middelen hebben tijd nodig om aan te slaan. Gedurende de eerste twee maanden moeten niet-hormonale voorbehoedsmiddelen worden gebruikt om zwanger raken uit te sluiten, Daarna is zwangerschap zeer onwaarschijnlijk vanwege de onderdrukking van de eierstokfunctie. Dit type medicijnen heeft bijwerkingen.

 

Aromataseremmers

Een aromataseremmer legt de werking van het enzym aromatase stil. Aromatase speelt een rol bij de aanmaak van oestrogenen bij vrouwen na de overgang. Een aromataseremmer moet eenmaal per dag als tablet worden ingenomen. Het middel wordt over het algemeen goed verdragen. Ook vrouwen met uitzaaiingen kunnen aromataseremmers krijgen. Aromataseremmers zijn zinloos als de eierstokfunctie nog intact is en worden dus niet gegeven aan vrouwen vóór de overgang.

 

Aromataseremmers worden tegenwoordig vaak als eerste hormoontherapie gegeven, vanwege de effectiviteit en de betrekkelijk milde bijwerkingen. Vaak wordt na twee tot drie jaar tamoxifen overgeschakeld op aromataseremmers, die dan nog gegeven worden tot een totaal van vijf jaar hormoontherapie. Deze combinatie blijkt effectiever dan vijf jaar alleen tamoxifen. Soms worden aromataseremmers ook na vijf jaar nog ingenomen om het risico op terugkerende kanker te verkleinen.

 

Voorbeelden van aromataseremmers: zijn anastrozol (merknaam Arimidex®) en letrozol (Femara®). Er is ook een aromataseremmer die het enzym aromatase definitief uitschakelt: exemestaan (Aromasin®). Dit medicijn bindt zich op een specifieke manier aan de aromatase, waardoor er absoluut geen oestrogenen meer worden aangemaakt. Om die reden wordt het ook wel een inactivator genoemd. Dit proces is onomkeerbaar.

 

Wanneer hormoonpositieve kankercellen resistent zijn geworden voor aromataseremmers, kan het middel everolimus (Afinitor®) worden gegeven.

 

Medicijnen die de oestrogeenwerking remmen (anti-oestrogenen)

Het gaat hierbij om medicijnen die niet de oestrogeenproductie zelf onderdrukken maar voorkomen dat aanwezige oestrogenen de tumorcellen bereiken. Dit kan ofwel door de oestrogeenreceptoren te vernietigen (zoals Fulvestrant®), ofwel door zich aan die receptoren te binden zodat oestrogenen dat niet meer kunnen doen (zoals Tamoxifen®).

 

Tamoxifen

Tamoxifen is al jarenlang een gangbaar middel bij hormoontherapie. In sommige andere landen wordt het preventief gebruikt door vrouwen met een verhoogd risico op borstkanker.

 

Tamoxifen is een anti-oestrogeen of ‘receptor-blocker’. Het is niet gericht op het onderdrukken van de hormoonproductie, maar bezet de oestrogeenreceptoren en voorkomt zo dat oestrogenen de tumorcellen bereiken. Tamoxifen wordt zowel vóór als ná de overgang gegeven, als (neo-)adjuvante (aanvullende) behandeling en bij uitzaaiingen. Tamoxifen is alleen effectief bij hormoonpositieve tumoren.

 

Tamoxifen vermindert bij hormoonpositieve tumoren het risico op terugkeer van borstkanker met veertig tot vijftig procent bij premenopauzaal gebruik en met dertig tot vijftig procent bij postmenopauzaal gebruik. Het risico op een nieuwe kanker in de andere borst wordt met ongeveer vijftig procent verkleind. Ook is tamoxifen effectief in het doen slinken van een ER-positieve borsttumor en wordt om die reden vaak neo-adjuvant (voorafgaand aan operatie of bestraling) gegeven. Tamoxifen wordt ook palliatief gebruikt omdat het de groei van uitzaaiingen vertraagt.

 

Uit onderzoek blijkt dat langer dan vijf jaar tamoxifen gebruiken niet effectief is. Daarom wordt het maximaal vijf jaar gegeven. Tegenwoordig gaan vrouwen na de overgang vaak na twee á tweeënhalf jaar tamoxifen over op een aromataseremmer, tot ze in totaal vijf jaar behandeld zijn.

 

Omdat tamoxifen de oestrogeenproductie niet onderdrukt, kun je nog steeds zwanger worden. Vrouwen vóór de overgang moeten daarom anticonceptiemiddelen blijven gebruiken. Omdat de pil niet is toegestaan, kunnen ze condooms of - in overleg met de arts - het Mirena®-spiraal gebruiken. Tamoxifen wordt eenmaal per dag ingenomen in tabletvorm. Het wordt meestal goed verdragen. Er kunnen bijwerkingen optreden, maar dat is niet altijd het geval.

 

Fulvestrant

Fulvestrant® (merknaam Faslodex) werkt op borstkankercellen, maar ook in andere organen, door zich aan de oestrogeenreceptoren te hechten en de vorm van deze receptoren te veranderen, waardoor oestrogenen er niet meer aan kunnen binden. Het wordt alleen gebruikt bij vrouwen na de overgang bij wie de borstkanker is teruggekomen na eerdere behandeling met andere anti-hormonale medicijnen zoals tamoxifen. Fulvestrant werkt alleen bij hormoongevoelige tumoren. De arts of verpleegkundige geeft het als injectie, vaak in de bilspier. Het doseringsadvies is maandelijks 500 mg (twee injecties) en 14 dagen na de eerste injectie een extra toediening van 500 mg. Faslodex wordt over het algemeen goed verdragen. Er zijn enkele bijwerkingen mogelijk.

 

 

Everolimus (merknaam 'Afinitor')

Het middel everolimus (merknaam ‘Afinitor’) wordt sinds 1 januari 2013 vergoed voor patiënten met uitgezaaide hormoongevoelige borstkanker. Het middel wordt voornamelijk palliatief ingezet bij postmenopauzale patiënten bij wie aromataseremmers niet goed meer werken. Het kan eraan bijdragen om chemotherapie uit te stellen.

 

Everolimus is een zogenoemde proteïnekinaseremmer. Het remt selectief (voornamelijk in tumoren) de werking van mTOR, een speciaal soort eiwit (kinase) dat cellen gebruiken om aan de energie te komen die ze nodig hebben om te groeien en te delen. De activiteit van mTOR is in borstkankertumoren verhoogd. Lees meer over het middel en zijn bijwerkingen.

Laatst gewijzigd: 27-10-2014

Tags bij dit artikel

Reacties

Schrijf een reactie

Er zijn nog geen reacties op deze pagina.

Reageren

Let op: je reactie wordt inclusief de opgegeven naam onderaan deze pagina gepubliceerd.  BVN behoudt het recht om deze (op taalgebruik) aan te passen of te verwijderen.

Wil je een vraag stellen, gebruik dan het "Stel je vraag"-formulier. Je vindt dit formulier rechts bovenaan deze pagina.

 

Nieuwe reacties:

Typ het getal een in cijfers:

Submenu