Hormoontherapie

Hormoontherapie heet officieel antihormonale therapie. Je krijgt namelijk geen hormonen toegediend, maar een behandeling die de beschikbaarheid van hormonen vermindert. Het principe van hormoontherapie is: zorgen dat de tumor of uitzaaiingen geen groeistimulerend geslachtshormoon (vrouwelijk oestrogeen) meer krijgen.


Hormoontherapie wordt toegepast bij hormoongevoelige tumoren die (extra) groeien onder invloed van het vrouwelijke hormoon oestrogeen. Ongeveer 70 procent van de borsttumoren bij vrouwen en 85 procent van de borsttumoren bij mannen is gevoelig voor oestrogeen. Bij vrouwen die nog menstrueren is ongeveer 30% van de tumoren hormoongevoelig. Bij vrouwen die niet meer menstrueren (dus na de overgang)  is dit percentage nog hoger, ongeveer 65 procent.

Er zijn twee hoofdgroepen binnen de behandeling:

  1. Behandeling gericht op het verminderen van hormoonspiegels Daarbij behoren het verwijderen of stilleggen van eierstokken en voor postmenopauzale vrouwen het geven van aromataseremmers die voorkomen dat oestrogeen wordt gevormd.
  2. Behandeling die voorkomt dat oestrogeen de kankercellen bereikt, bijvoorbeeld  tamoxifen. Hormoontherapie is nog volop in ontwikkeling. Uit onderzoek ontstaan steeds nieuwe inzichten over wat de beste samenstelling is en wanneer welke hormoontherapie gegeven moet worden.

Tumor zonder uitzaaiingen

Als je geen uitzaaiingen hebt, kan hormoontherapie (gecombineerd met chemotherapie) borstkanker helpen genezen. Een adjuvante (= aanvullende) hormonale behandeling duurt meestal vijf jaar. De behandeling wordt in de meeste gevallen gegeven na operatie, chemotherapie en bestraling. In enkele gevallen vindt hormoontherapie plaats vóór de operatie om de tumor te verkleinen. Dit wordt neo-adjuvante hormoontherapie genoemd.

De keuze van de behandeling hangt af van de uitgebreidheid en hormoongevoeligheid van de tumor, de leeftijd en de menopauzestatus en de te verwachten bijwerkingen. In de praktijk kiezen borstkankerpatiënten zonder hormoongevoelige uitzaaiingen vaak voor gecombineerde adjuvante hormonale  therapie:

  • vóór de overgang: tamoxifen, 5 jaar, met of zonder uitschakeling van de eierstokfunctie
  • na of tijdens de overgang: 2 tot 3 jaar tamoxifen, gevolgd door 2 of 3 jaar aromataseremmers (in totaal 5 jaar). Ook behandeling met alleen aromataseremmers of tamoxifen gedurende 5 jaar is mogelijk.

 

Op Adjuvant Online (Engels) kun je berekenen wat je kansen op genezing zijn met en zonder hormoontherapie en chemotherapie. Kijk samen met je arts naar deze site zodat je arts een en ander kan toelichten. Op deze pagina is ook veel informatie te vinden (Nederlands): www.oncoline.nl.

Een terugkerende tumor

Komt een hormoongevoelige tumor terug, dan is een tweede kuur mogelijk. De volgende factoren zijn bepalend voor de vraag of een tweede kuur zinvol is:

  • de hormoongevoeligheid van de  oorspronkelijke borstkanker
  • de plaats van de uitzaaiingen
  • de snelheid waarmee de tumor groeit of zich uitzaait
  • de tijd tussen de eerste behandeling en de terugkeer van de kanker
  • de leeftijd en algehele conditie

Wanneer je uitzaaiingen hebt, wordt hormoontherapie palliatief gegeven. De therapie is dan gericht op het verminderen van klachten, een goede kwaliteit van leven en levensverlening. De therapie kan hormoongevoelige uitzaaiingen in de lever, de longen of de botten onderdrukken.

Bijwerkingen

Hormoontherapie kan allerlei bijwerkingen hebben, omdat ze de hormoonhuishouding van je hele lichaam beïnvloedt en vaak  jaren duurt. Al de jaren van de behandeling heb je een tekort aan de (effecten van) oestrogeen in het lichaam. Als je nog niet in de overgang was, betreft het (tijdelijk) onvruchtbaarheid en overgangsklachten. Als je al wel in de overgang was, kunnen de overgangsklachten erger worden. Van tevoren is niet te voorspellen wie van welke bijwerking last krijgt en in welke mate.

Veel voorkomende bijwerkingen zijn:

  • overgangsklachten (opvliegers, droge slijmvliezen, minder zin in vrijen, veranderingen in menstruaties of stoppen van de menstruaties)
  • vaginaal bloedverlies
  • hoofdpijn
  • gewichtstoename
  • vocht vasthouden
  • dunner wordend haar
  • gewrichtspijnen
  • mogelijk enige verstrooidheid of geheugenklachten.

Langdurig tekort aan oestrogenen leidt tot botontkalking. Langdurige gebruik van taximofen kan de kans op baarmoederkanker en trombose vergroten.

 

Meer informatie over opvliegers vind je op deze pagina.


Er zijn en komen steeds meer middelen beschikbaar die de bijwerkingen van hormoontherapie kunnen voorkomen of tegengaan. Bijvoorbeeld middelen tegen botontkalking en opvliegers.

Vroegtijdig staken hormoontherapie

Tussen de 15 en 50 procent van de patiënten staakt de anti hormonale therapie vroegtijdig door bijwerkingen of onvoldoende kennis over de effectiviteit en behaalt daarom het behandeldoel niet. Marieke Schreuder- Cats, verpleegkundig specialist intensieve zorg, deed onderzoek naar de ervaringen van patiënten. Zij wil met dit onderzoek een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een interventie om patiënten te ondersteunen bij het volhouden van de anti hormonale therapie. Lees hier meer over dit onderzoek.

 

 

Laatst gewijzigd: 09-01-2014

Tags bij dit artikel

Reacties

Schrijf een reactie

Er zijn nog geen reacties op deze pagina.

Reageren

Let op: je reactie wordt inclusief de opgegeven naam onderaan deze pagina gepubliceerd.  BVN behoudt het recht om deze (op taalgebruik) aan te passen of te verwijderen.

Wil je een vraag stellen, gebruik dan het "Stel je vraag"-formulier. Je vindt dit formulier rechts bovenaan deze pagina.

 

Nieuwe reacties:

Typ het getal twee in cijfers:

Submenu