Hormoontherapie

Hormoontherapie heet officieel anti-hormonale therapie. Je krijgt namelijk geen hormonen toegediend, maar een behandeling die er juist op gericht is de productie en/of werking van het geslachtshormoon oestrogeen te onderdrukken.

 

Hormoontherapie wordt alleen toegepast bij hormoongevoelige tumoren. Deze tumoren groeien (extra) onder invloed van groeihormonen, waarbij met name het vrouwelijke geslachtshormoon oestrogeen van belang is. Oestrogeen is voor borstkliercellen een groeifactor. In de pubertijd, als de eierstokken grote hoeveelheden oestrogeen gaan uitscheiden, zullen de in aanleg aanwezige borstkliercellen beginnen te groeien en delen, met borstvorming tot gevolg. Na verloop van tijd wordt hierin een balans bereikt, maar bij kanker gaan de cellen door met groeien en delen, met tumorvorming tot gevolg.

 

Bij een ER-positieve (ER komt van het Engelse ‘Estrogen Receptor’) tumor staat dit groei- en delingsproces nog onder invloed van oestrogeen. Dat biedt aanknopingspunten voor hormoontherapie. Want als de oestrogeenproductiekan worden uitgeschakeld (bijvoorbeeld door de eierstokken te verwijderen), of als de oestrogeenreceptiekan worden uitgeschakeld (door hormoonreceptoren chemisch te blokkeren), zal het groeisignaal de tumorcelkernen niet kunnen bereiken. Daardoor zullen de tumorcellen minder of niet groeien en delen en na verloop van tijd afsterven. Bij een ER-negatieve tumor staat de groei en deling niet onder invloed van oestrogeen. Hormoontherapie werkt dan niet.

 

Of een tumor hormoonpositief is, is afhankelijk van de vraag of de kankercellen hormoonreceptoren hebben. Een hormoonreceptor is als een slot waar een sleutel (het hormoon) in past. Indien meer dan tien procent van de kankercellen oestrogeenreceptoren heeft, wordt de kanker ER-positief genoemd. Een tumor die minder dan 10% ER-positief is wordt ER-negatief genoemd. Op vergelijkbare wijze spreken we in verband met progesteron-gevoeligheid over PR-positieve en PR-negatieve tumoren. 80% van de borstkankers is ER-positief. Ongeveer 65% van deze ER-positieve borsttumoren is ook PR-positief.

 

Oestrogeen wordt bij premenopauzale vrouwen met name in de eierstokken aangemaakt. Na de menopauze vindt de oestrogeenproductie vooral nog plaats in vetweefsel, waar andere hormonen (androgenen) worden omgezet in oestrogeen.

 

Hormoontherapie is nog volop in ontwikkeling. Uit onderzoek ontstaan steeds nieuwe inzichten over wat de beste samenstelling is en wanneer welke hormoontherapie gegeven moet worden.

 

Hormoontherapie wordt in drie situaties toegepast:

 

  1. Neo-adjuvant: voorafgaand aan bestraling en/of chirurgische verwijdering van een hormoonpositieve primaire tumor, met als doel deze eerst te doen slinken zodat minder weefsel hoeft te worden bestraald of weggenomen;
  2. Adjuvant: na chirurgische verwijdering en/of bestraling van de primaire tumor, met als doel achtergebleven tumorcellen of micro-uitzaaiingen die er misschien zijn te bestrijden en te helpen voorkomen dat de kanker terugkeert;
  3. Palliatief: om uitzaaiingen te doen slinken en hun groei en verspreiding te remmen.

 

Tumor zonder uitzaaiingen

Als je geen uitzaaiingen hebt, wordt hormoontherapie (gecombineerd met chemotherapie) gegeven tegen borstkanker helpen Een adjuvante (= aanvullende) hormonale behandeling duurt meestal vijf jaar. De behandeling wordt in de meeste gevallen gegeven na operatie, chemotherapie en bestraling. In enkele gevallen vindt hormoontherapie plaats vóór de operatie om de tumor te verkleinen. Dit wordt neo-adjuvante hormoontherapie genoemd. De keuze van de behandeling hangt af van de uitgebreidheid en hormoongevoeligheid van de tumor, de leeftijd en de menopauzestatus en de te verwachten bijwerkingen. In de praktijk kiezen borstkankerpatiënten zonder hormoongevoelige uitzaaiingen vaak voor gecombineerde adjuvante hormonale  therapie:

  • vóór de overgang: tamoxifen, vijf jaar, met of zonder uitschakeling van de eierstokfunctie
  • na of tijdens de overgang: twee tot drie jaar tamoxifen, gevolgd door twee of drie jaar aromataseremmers (in totaal vijf jaar). Ook behandeling met alleen aromataseremmers of tamoxifen gedurende vijf jaar is mogelijk.

 

Op Adjuvant Online kun je berekenen wat je kansen op genezing zijn met en zonder hormoontherapie en chemotherapie. Kijk samen met je arts naar deze site zodat je arts een en ander kan toelichten.

 

Een terugkerende tumor

Komt een hormoongevoelige tumor terug, dan is een tweede kuur mogelijk. De volgende factoren zijn bepalend voor de vraag of een tweede kuur zinvol is:

  • de hormoongevoeligheid van de oorspronkelijke borstkanker
  • de plaats van de uitzaaiingen
  • de snelheid waarmee de tumor groeit of zich uitzaait
  • de tijd tussen de eerste behandeling en de terugkeer van de kanker
  • de leeftijd en algehele conditie

Wanneer je uitzaaiingen hebt, wordt hormoontherapie palliatief gegeven. De therapie is dan gericht op het verminderen van klachten, een goede kwaliteit van leven en levensverlenging. De therapie kan hormoongevoelige uitzaaiingen in lever, longen of botten onderdrukken.

 

Bijwerkingen

Hormoontherapie kan allerlei bijwerkingen hebben, omdat het de hormoonhuishouding van je hele lichaam beïnvloedt en vaak  jaren duurt. Al de jaren van de behandeling heb je een tekort aan de (effecten van) oestrogeen in het lichaam. Als je nog niet in de overgang was, betreft het (tijdelijk) onvruchtbaarheid en overgangsklachten. Als je al wel in de overgang was, kunnen de overgangsklachten erger worden. Van tevoren is niet te voorspellen wie van welke bijwerking last krijgt en in welke mate. Veel voorkomende bijwerkingen zijn:

  • overgangsklachten (opvliegers, droge slijmvliezen, minder zin in vrijen, veranderingen in menstruaties of stoppen van de menstruaties)
  • vaginaal bloedverlies
  • hoofdpijn
  • gewichtstoename
  • vocht vasthouden
  • dunner wordend haar
  • gewrichtspijnen
  • mogelijk enige verstrooidheid of geheugenklachten

Langdurig tekort aan oestrogenen leidt tot botontkalking. Langdurig gebruik van tamoxifen kan de kans op baarmoederkanker en trombose vergroten.

Er zijn en komen steeds meer middelen beschikbaar die de bijwerkingen van hormoontherapie kunnen voorkomen of tegengaan. Bijvoorbeeld middelen tegen botontkalking en opvliegers.

Laatst gewijzigd: 23-10-2014

Tags bij dit artikel

Reacties

Schrijf een reactie

Er zijn nog geen reacties op deze pagina.

Reageren

Let op: je reactie wordt inclusief de opgegeven naam onderaan deze pagina gepubliceerd. BVN behoudt het recht om deze (op taalgebruik) aan te passen of te verwijderen.

 

Wil je een vraag direct aan een van onze ervaringsdeskundigen stellen, gebruik dan het 'Stel je vraag'-formulier

 

Nieuwe reacties:

Typ het getal elf in cijfers:

Submenu