Radiotherapie (bestraling) wordt vaak na een operatie gegeven om eventueel achtergebleven kankercellen alsnog te vernietigen, en de kans op terugkeer van een tumor te verminderen. De straling beschadigt het erfelijk materiaal (DNA) in tumorcellen. Die gaan daardoor dood.
Radiotherapie kan om verschillende redenen worden gegeven:
Bij radiotherapie worden twee soorten straling gebruikt:
Moderne bestralingstoestellen leveren straling met een heel hoge energie. Deze energie wordt van het bestralingstoestel naar het te bestralen lichaamsdeel overgebracht door zeer kleine stralingseenheden: fotonen.
De voordelen van fotonenstraling zijn:
Elektronen geven hun energie eerder af aan het omgevende weefsel dan fotonen. Elektronenstraling dringt daarom minder diep door dan fotonenstraling. Elektronenbestraling wordt dan ook vooral toegepast als het te bestralen gebied in de huid of direct daaronder ligt (tot ongeveer 4 à 5 centimeter).
De plek waar de tumor zit, is bepalend voor de manier van bestraling. Hoe dieper de tumor zit, des te energierijker moet de straling zijn om voldoende door te kunnen dringen. Diep gelegen tumoren worden dus met fotonen bestraald.
In de Hulpwijzer staan links naar informatie over hulpmiddelen waar u mogelijk mee te maken krijgt.

Veel lotgenoten verwerken hun emoties door creatief bezig te zijn. Bekijk de kunstwerken in de galerie en verstuur ze als e-card.