Het pathologieverslag bevat informatie over de soort borstkanker. Verder zijn er gegevens over de grootte van de tumor, het aantal aangetaste lymfklieren en de aan- of afwezigheid van uitzaaiingen, vastgelegd volgens de TNM-classificatie. Maar het bevat veel meer informatie, die van belang is voor de behandelingen en het verdere verloop van de ziekte. Vaak wordt deze informatie pas verkregen na de operatie.
De weggenomen tumorcellen worden vergeleken met gewone cellen. Ook hier wordt een classificatiesysteem gehanteerd:
Graad 1: de tumorcellen lijken sterk op gezonde cellen, en groeien over het algemeen langzaam.
Graad 2: de tumorcellen lijken niet op gezonde cellen, groeien meestal sneller en hebben de neiging aan elkaar te plakken.
Graad 3: de cellen hebben ongebruikelijke vormen en plakken aan elkaar. Ze groeien gewoonlijk sneller dan normale cellen.
Er zijn diverse testen om na te gaan of de tumorcellen sneller groeien dan normale cellen. Een manier om de groeisnelheid uit te drukken is de Mitotische Activiteits Index = een cijfer waarmee de delingsactiviteit van een weefsel wordt uitgedrukt. Een getal onder de 10 is vaak redelijk rustig weefsel, boven de 10 is het weefsel erg actief in hoeveelheid delende cellen. Een enkele keer heeft een patiënt een erg hoog getal, bijv. 43 of 56. Meestal bedraagt het 17 of hoger.
Het is belangrijk dat bij de operatie alle tumorcellen worden verwijderd. Chirurgen hanteren daarom een marge van gezond weefsel rondom de tumor. Bij het pathologisch onderzoek wordt nauwkeurig nagegaan of er geen tumorcellen zijn achtergebleven. Ook wordt gekeken hoe ver de tumorcellen van het snijvlak afzitten. Er zijn drie mogelijke uitslagen:
Als dat zo is, dan bestaat er een verhoogd risico op uitzaaiingen.
Borstkankercellen die veel hormoonreceptoren hebben, worden door hormonen aangezet tot groei. Een tumor met zo'n overmaat aan hormoonreceptoren voor het hormoon oestrogeen wordt ER-positief genoemd, voor het hormoon progesteron PR-positief. Dat is het geval bij 30% van de vrouwen voor de overgang, en bij 65% van de vrouwen na de overgang. Zijn de hormoonreceptoren niet in overmaat aanwezig, dan wordt de tumor ER-negatief of PR-negatief genoemd.
Voor de behandeling is de aanwezigheid van deze hormoonreceptoren een voordeel, omdat de borstkankercellen meestal goed reageren op behandeling met medicijnen die de groeistimulering van hormonen afremmen, of die het niveau van hormonen in het lichaam verlagen.
De uitslag van deze bepaling wordt uitgedrukt in het percentage van aangetroffen hormoonreceptoren, dus lopend van 0 tot 100%, of er wordt alleen "positief" of "negatief" vermeld. Positief betekent dan iedere uitslag hoger dan 10%.
Er zijn nog andere receptoren die voorkomen bij borstkankercellen: HER2-receptoren. Dat zijn eiwitten die de kankercellen sneller doen groeien. Een verhoogde aanwezigheid van HER2-receptoren wordt HER2-positviteit of HER2-overexpressie genoemd. Die komt voor bij 25-30% van alle borstkankerpatiënten. Net als voor hormoonreceptoren biedt HER2-positiviteit een mogelijkheid voor behandeling. Door het toedienen van HER2-antilichamen wordt de groeistimulerende werking van de antigenen geblokkeerd. Dat noemen we immunotherapie, tegenwoordig ook wel Biologische Therapie of Targeted Therapy genoemd..
Er zijn drie testmethodes:
IHC-test, met uitslag 0 (negatief), 1+ (negatief), 2+ (twijfelachtig) en 3+ (positief). Bij 2+ volgt een hertest met een van de twee andere testen.
FISH-test: deze geeft uitslag 0 (negatief) of positief
CISH-test: ook deze geeft een uitslag 0 (negatief) of positief.
Lees meer in de folder over het pathologieverslag