Wanneer bestralen?

Bestraling kan worden gegeven:

  • na een borstsparende operatie;
  • na een borstamputatie;
  • bij een recidief (teruggekeerde tumor);
  • bij uitzaaiingen.

 

Na een borstsparende operatie

Na een borstsparende operatie wordt de borst altijd bestraald. Vaak in 25 tot 30 keer. Als na een borstsparende operatie niet wordt bestraald, is de kans op terugkeer van een tumor twee tot drie keer zo groot als wanneer de borst na de operatie vijf tot zes weken bestraald wordt. In sommige gevallen kan er een gedeeltelijke bestraling worden gegeven.

Bestraling tijdens een borstoperatie (IORT)

Bij een IORT behandeling (Intra-Operatieve RadioTherapie) wordt er na het verwijderen van de borsttumor (kwaadaardig gezwel) één inwendige bestraling gegeven tijdens deze operatie. Het doel van de behandeling is het voorkomen dat de tumor opnieuw gaat groeien in de geopereerde borst. Dit vergroot de kans op genezing van borstkanker op de lange termijn. De behandeling is geschikt voor vrouwen vanaf 59 jaar met gunstige tumorkenmerken.

Na een borstamputatie

Na een borstamputatie wordt soms de thoraxwand (borstwand) bestraald. Dat gebeurt als de tumor groter was dan vijf centimeter doorsnede of als er andere redenen zijn die de kans op terugkeer van de ziekte vergroten. Soms worden ook de lymfklieren in de oksel, langs het borstbeen of langs het sleutelbeen bestraald. Of dat nodig is, hangt af van eventuele lymfklieruitzaaiingen.

Na een recidief

Als de tumor teruggekomen is, moet een gebied soms opnieuw worden bestraald. Datgebeurt alleen na goede afwegingen en op grond van de omstandigheden. De dosis straling zal dan altijd laag zijn, omdat er al eerder bestraald is. Bij nogmaals bestralen is de kans op bijwerkingen groter. Verder wordt de bestraling dan vaak gecombineerd met een hyperthermiebehandeling, een behandeling waarbij het lichaam verhit wordt tijdens de bestraling.

Bij uitzaaiingen

Zijn er uitzaaiingen in andere delen van het lichaam, dan wordt er soms palliatief bestraald. De bestraling heeft dan als doel de klachten te beperken en de groei van de uitzaaiingen te stabiliseren. Vooral uitzaaiingen in de botten of uitzaaiingen bij het ruggenmerg of in de hersenen zijn een reden voor bestraling. Bij uitzaaiingen op andere plaatsen, vooral in longen en lever heeft bestraling over het algemeen effect.

Uitzaaiingen in bot

Bij uitzaaiingen in de botten wordt vaak een tot drie keer hogere bestralingsdosis gegeven. Bij de meeste patiënten neemt de pijn af. Bij een derde tot de helft verdwijnt de pijn helemaal. Een botuitzaaiing kan botbreuken of bijna-breuken (fracturen) veroorzaken. Dan is er eerst een operatie nodig om de breuk te herstellen en pijn te verlichten. Daarna volgt vaak alsnog bestraling.

Uitzaaiingen in hersenen of ruggenmerg

Bij uitzaaiingen in de hersenen of bij het ruggenmerg moet snel gehandeld worden, liefst voordat er uitvalsverschijnselen, zoals een verminderde controle over het bewegingsapparaat, of een afname van gevoel. Beide wordt veroorzaakt door zenuwbeschadiging, doordat tumorcellen vanuit de wervelkolom naar de zenuwen in het ruggenmergskanaal groeien. Bij uitzaaiingen in de hersenen volgt een bestraling op de gehele herseninhoud. Zelden wordt een gerichte bestraling gegeven.

Laatst gewijzigd: 14-05-2013

Tags bij dit artikel

Reacties

Schrijf een reactie

Er zijn nog geen reacties op deze pagina.

Reageren

Let op: je reactie wordt inclusief de opgegeven naam onderaan deze pagina gepubliceerd.  BVN behoudt het recht om deze (op taalgebruik) aan te passen of te verwijderen.

Wil je een vraag stellen, gebruik dan het "Stel je vraag"-formulier. Je vindt dit formulier rechts bovenaan deze pagina.

 

Nieuwe reacties:

Typ het getal drie in cijfers:

Submenu