Wanneer bestralen?

Bestraling kan worden gegeven:

        * na een borstsparende operatie;

        * tijdens een borstoperatie (IORT);

        * na een borstamputatie;

        * na een okselkliertoilet

        * bij een recidief (teruggekeerde tumor);

        * bij uitzaaiingen

Na een borstsparende operatie

Na een borstsparende operatie wordt de borst altijd bestraald. Vaak in 16 tot 23 keer verdeeld over drie tot vijf weken. Afhankelijk van onder andere je leeftijd en de tumorkenmerken wordt een zogenoemde boost gegeven. Dit is een extra dosis bestraling op de plek waar de tumor heeft gezeten. De boost (vijf tot tien extra bestralingen) kan gegeven worden na de borstbestraling, maar steeds vaker wordt dit ook gelijktijdig gedaan. Er wordt dan een geïntegreerd bestralingsplan gemaakt met een bepaalde stralingsdosis voor de borst en een hogere dagelijkse dosis (boost) in het tumorgebied. Dit heet ‘simultaneous integrated boost’ (SIB).

 

Bestraling verlaagt bij alle patiënten de kans op terugkeer van de tumor in de borst met zestig tot zeventig procent. Ook geeft bestraling een verbetering van overleving. 

Bestraling tijdens een borstoperatie (IORT)

Bij een IORT behandeling (Intra-Operatieve RadioTherapie) wordt er na het verwijderen van de borsttumor één inwendige bestraling gegeven tijdens deze operatie. Het doel van de behandeling is het voorkomen dat de tumor opnieuw gaat groeien in de geopereerde borst. Dit vergroot de kans op genezing van borstkanker op de lange termijn. De behandeling is geschikt voor vrouwen vanaf 59 jaar met gunstige tumorkenmerken.

Na een borstamputatie

Het is een misverstand dat na een borstamputatie nooit bestraling nodig is. Na een borstamputatie wordt soms de thoraxwand (borstwand) bestraald. Dat gebeurt als de tumor groot is (>5 cm) en er vier of meer lymfklieren in de oksel aangetast zijn of als er andere redenen zijn die de kans op terugkeer van de ziekte vergroten. Dit kan een probleem opleveren als je een directe borstreconstructie wenst. Door bestraling van de borstwand neemt de kans op complicaties bij een reconstructie namelijk sterk toe. 

Na een okselkliertoilet

Als na een okselkliertoilet blijkt dat vier of meer lymfklieren of andere ‘kritieke’ klieren aangetast zijn, is daarna ook nog bestraling van lymfklieren in de oksel, langs het borstbeen en/of sleutelbeen nodig.

Na een recidief

Als de tumor teruggekomen is, moet een gebied soms opnieuw worden bestraald. Dat gebeurt alleen na goede afwegingen en op grond van de omstandigheden. De dosis straling zal dan altijd laag zijn, omdat er al eerder bestraald is. Bij nogmaals bestralen is de kans op bijwerkingen groter. Verder wordt de bestraling dan vaak gecombineerd met een hyperthermiebehandeling, een behandeling waarbij het lichaam plaatselijk verhit wordt tijdens de bestraling.

 

Keert een tumor terug (recidief), dan is dit in zeventig tot tachtig procent van de gevallen op de plek van het originele tumorgebied. Daarom vindt onderzoek plaats naar het effect van bestraling van alleen het tumorgebied in de borst in vergelijking met bestraling van de gehele borst. Alleen patiënten met een laag risico op een plaatselijke terugkeer van de tumor worden in deze studie opgenomen.

Bij uitzaaiingen

Zijn er uitzaaiingen in andere delen van het lichaam, dan wordt er soms palliatief bestraald. De bestraling heeft dan als doel de (pijn)klachten te beperken en de groei van de uitzaaiingen te stabiliseren. Vooral uitzaaiingen in de botten, bij het ruggenmerg of in de hersenen zijn een reden voor bestraling. Bij uitzaaiingen op andere plaatsen, vooral in longen en lever, heeft bestraling over het algemeen effect.

 

Uitzaaiingen in bot

Bij uitzaaiingen in de botten wordt vaak één tot drie keer hogere bestralingsdosis gegeven. Bij de meeste patiënten neemt de pijn af. Bij een derde tot de helft verdwijnt de pijn helemaal. Een botuitzaaiing kan botbreuken of bijna-breuken (fracturen) veroorzaken. Dan is er eerst een operatie nodig om de breuk te herstellen en pijn te verlichten. Daarna volgt vaak alsnog bestraling.

Uitzaaiingen in hersenen of ruggenmerg

Bij uitzaaiingen in de hersenen of bij het ruggenmerg moet snel gehandeld worden, liefst voordat er uitvalsverschijnselen zijn, zoals een verminderde controle over het bewegingsapparaat of een afname van gevoel. Beide worden veroorzaakt door zenuwbeschadiging, doordat tumorcellen vanuit de wervelkolom naar de zenuwen in het ruggenmergskanaal groeien. Bij uitzaaiingen in de hersenen volgt een bestraling op de gehele herseninhoud. Zelden wordt een gerichte bestraling gegeven.

Uitzaaiingen in longen en lever

Er zijn verschillende behandelingsmogelijkheden van uitzaaiingen in lever en/of longen, waaronder precisiebestraling (stereotactische radiotherapie) als er slechts enkele uitzaaiingen zijn.

Laatst gewijzigd: 16-10-2014

Tags bij dit artikel

Reacties

Schrijf een reactie

Er zijn nog geen reacties op deze pagina.

Reageren

Let op: je reactie wordt inclusief de opgegeven naam onderaan deze pagina gepubliceerd. BVN behoudt het recht om deze (op taalgebruik) aan te passen of te verwijderen.

 

Wil je een vraag direct aan een van onze ervaringsdeskundigen stellen, gebruik dan het 'Stel je vraag'-formulier

 

Nieuwe reacties:

Typ het getal achttien in cijfers:

Submenu