Er is geen verband tussen de heftigheid van de bijwerkingen en de overlevingskansen. Het is niet zo dat heftige bijwerkingen een teken zijn de chemokuur aanslaat of niet. De bijwerkingen kunnen toenemen met iedere volgende kuur, maar dat hoeft niet. Het kan onder meer afhangen van het soort chemotherapie, en van uw conditie. Bij sommige bijwerkingen is het nodig een arts te raadplegen:
De meeste bijwerkingen zijn tijdelijk en gaan vanzelf weer over. Er zijn een paar bijwerkingen, die blijvend zijn kunnen zijn, hoewel ze zelden voorkomen. Daarom worden deze altijd afgewogen tegen het verwachte effect van de chemotherapie. Van sommige blijvende bijwerkingen zult u niets merken en u zult er ook geen last van hebben.
Hieronder staan de meest voorkomende bijwerkingen genoemd, met waar mogelijk tips om die bijwerkingen te beperken.
Chemotherapie vermindert de aanmaak van cellen in het beenmerg, onder andere witte bloedlichaampjes (leucocyten). Leucocyten zijn onderdeel van het immuunsysteem van het lichaam, het afweersysteem van het lichaam. Zij kunnen bij infecties heel snel in aantal toenemen om zo de infectie actief tegen te gaan. Tijdens een behandeling met chemotherapie daalt de aanmaak van deze witte bloedcellen zo sterk dat het lichaam nauwelijks nog opgewassen is tegen infecties.
Ongeveer zeven tot tien dagen na toediening van de chemotherapie is het aantal witte bloedlichaampjes op het laagste niveau. Daarna groeit het aantal langzaam weer. Na ongeveer drie weken kan de hoeveelheid weer op het oude niveau terug zijn. Dat is dan het moment waarop het lichaam weer een nieuwe chemokuur kan verdragen. Is het niveau dan toch nog te laag, beneden een bepaald minimum, dan wordt de volgende behandeling uitgesteld totdat er weer voldoende afweer is opgebouwd , of wordt er een lagere dosis gegeven. In die eerste zeven tot tien dagen bent u vatbaar voor infecties. U kunt daar het volgende tegen doen. Uzelf goed verzorgen (hygiëne) en goed opletten of er geen wondjes gaan ontsteken. Het is verstandig om even uit de buurt te blijven van mensen die verkouden zijn of griep hebben. En daarom vooral openbare gelegenheden tijdelijk te vermijden. Het is ook verstandig in deze periode zo gezond mogelijk te eten
Mocht er toch een infectie optreden, zoals bijvoorbeeld blaasontsteking, waarschuw dan uw arts. Uw eigen afweer is sterk verminderd, dus u heeft waarschijnlijk medicijnen nodig. Behandelingen bij de tandarts moeten zoveel mogelijk voor het begin van de chemokuur gedaan zijn. Mocht het onverwacht toch nodig zijn, neem dan contact op met uw specialist. Misschien zijn speciale maatregelen zoals antibiotica nodig.
Niet alleen het aantal witte bloedcellen neemt tijdens een chemotherapie kuur flink af, ook het aantal rode bloedcellen kan sterk verminderen. Dit leidt tot bloedarmoede. Ook concentratiestoornissen kunnen een gevolg zijn.
Ook de bloedplaatjes worden door de chemotherapie in hun aanmaak geremd. De daling van bloedplaatjes kan leiden tot een minder goede bloedstolling.
Ook de gezonde cellen van maag en darmen worden door de cytostatica beïnvloed. Daardoor kan misselijkheid ontstaan. Het is goed steeds genoeg te drinken en meerdere keren kleine beetjes te eten. Vaak helpen medicijnen de misselijkheid zo veel mogelijk te voorkomen. U krijgt medicijnen tegen misselijkheid mee met de chemokuur. Mocht u extra middelen nodig hebben, vraag dat aan uw arts.
Haaruitval treedt meestal een paar weken na de eerste kuur op. Soms wordt het haar een tijdje dun. Sommigen vrouwen kiezen ervoor hun haar eraf te scheren. Een pruik dragen is een mogelijkheid. Ook wenkbrauwen en ander lichaamshaar vallen uit. Ongeveer een maand na het afsluiten van de kuur begint het haar altijd weer te groeien.
Er is tegenwoordig een methode om haaruitval te voorkomen of te verminderen: de cold cap-methode.
Door de daling van de bloedplaatjes kunnen spontaan blauwe plekken of bloedneuzen optreden. Gebeurt dit, neemt u dan even contact op met het ziekenhuis.
Sommige chemokuren, zoals kuren die adriamycine bevatten, kunnen binnen enkele uren na de toediening koorts veroorzaken. Is de koortsaanval hevig, overleg dan met uw arts. Soms moeten dan andere middelen worden gegeven. Tegen koorts kunt u paracetamol nemen. Ontstaat de koorts langer dan een dag na de chemokuur, dan heeft die een andere oorzaak. Neem dan contact op met uw arts.
Vermoeidheid is nauwelijks te voorkomen. Niet alleen kwaadaardige, maar ook gezonde noodzakelijke cellen worden afgebroken waardoor het lichaam op halve kracht functioneert. Het is daarom belangrijk prioriteiten te stellen in wat je wel en niet doet en wilt doen op een dag. Blijft u wel iets ondernemen. Bovendien zijn sociale contacten belangrijk, juist in deze periode. Helaas kan de vermoeidheid ook na de kuren nog wel een tijdje aanhouden.
De cytostatica beïnvloeden het zenuwstelsel. Daardoor kunnen concentratiestoornissen en stemmingswisselingen voorkomen. Het afgenomen concentratievermogen kan ook te maken hebben met de vaak optredende bloedarmoede.
Binnen ca 5 jaar zijn zij gewoonlijk verdwenen. Maar er zijn duidelijk aanwijzingen dat sommige patiënten die chemo- en /of hormonale therapie kregen steeds meer cognitieve achteruitgang kregen. Deze cognitieve achteruitgang kan zelfs erg invaliderend zijn. en is niet omkeerbaar maar wordt erger.
Soms doet zich een tintelend of dof gevoel voor in vingertoppen, voetzolen en tenen. Dat kan lang aanhouden.
Zowel bij diarree als verstopping is het belangrijk veel te drinken (twee liter per dag). Bij verstopping is het van belang genoeg vezelrijk voedsel te nemen.
De huid is tijdens de kuur gevoeliger. De huid zal droger aanvoelen en sneller verbranden in de zon. Het is goed hier rekening mee te houden. Gebruik goede zonnecrèmes en smeer de huid regelmatig in met een (ongeparfumeerde) bodylotion. De huid kan op sommige plekken ook verkleuren.
Nagels kunnen verkleuren en brozer worden. Soms laten ze aan het einde van de kuren los. Dat gebeurt vooral wanneer iemand een kuur krijgt met taxanen. Het dragen van handschoenen kan de nagels enigszins beschermen. Ook wordt wel aangeraden pleisters om de nagels te plakken als ze dreigen los te raken.
Bij sommige soorten chemotherapie kan het zogenoemde hand-voetsyndroom ontstaan. Dit bestaat uit pijnlijke, soms rood verkleurde handpalmen en/of voetzolen. Soms zelfs met blaarvorming. Als dit optreedt, is het meestal een reden de dosering aan te passen of (tijdelijk) te stoppen met de chemotherapie.
Het hart, de longen en de nieren kunnen in deze periode zwakker functioneren, maar gelukkig komt dit zelden voor. Hart- en longzwakte kunnen leiden tot kortademigheid. Bij nierzwakte is het belangrijk voldoende te drinken. Er wordt dan regelmatig gekeken of u nog wel voldoende plast. Ook wordt er bloedonderzoek gedaan.
Soms kan rode en jeukende huiduitslag optreden, soms ook met galbulten. De bloeddruk kan dalen en je kunt benauwd worden. Daarom wordt standaard corticosteroïden gegeven om deze reacties tegen te gaan.
Er is kans op irritatie en beschadiging van het mondslijmvlies. Ook kan tandbederf ontstaan. Een goede mondhygiëne en regelmatig tandartsbezoek zijn daarom belangrijk.
De medicijnen bij chemotherapie sturen de hormoonhuishouding in de war met als gevolg een ander menstruatiepatroon. Menstruaties kunnen heftiger worden, maar zullen meestal verdwijnen. Dan kunnen zich overgangsverschijnselen voordoen zoals opvliegers en hevig transpireren. Na de behandeling verdwijnt dit weer. Deze bijwerkingen zijn ook afhankelijk van uw leeftijd en welke chemotherapie u krijgt.
Ook kan een chemobehandeling onvruchtbaarheid veroorzaken. Dat is afhankelijk van veel omstandigheden. Aan behandelingen en vruchtbaarheid is een apart hoofdstuk gewijd. Het NKI/AVL heeft een folder hierover, http://www.nki.nl/Ziekenhuis/Service/...

Wilt u uw mening met ons delen? Vul dan de enquêtes in die online staan.