Marije
Marije werd een paar maanden nadat ze 50 was geworden opgeroepen voor het bevolkingsonderzoek borstkanker. De screeningslaborant zag een ingetrokken tepel, maar de uitslag van de mammografie was toch goed. Toch voelde Marije dat er iets niet klopte. Dat gevoel bleek terecht: uiteindelijk kreeg zij de diagnose lobulaire hormoongevoelige borstkanker. Terugkijkend is voor haar één les extra belangrijk: luister altijd goed naar je eigen lichaam.
“Al een tijdje had ik het gevoel dat ik niet meer zo lekker op mijn buik kon liggen. Ik onderzocht mijn borsten regelmatig, maar toen bij het bevolkingsonderzoek die ingetrokken tepel werd gezien, wat ik zelf niet had gemerkt, kon ik toch niet opgelucht zijn toen ik de uitslagbrief kreeg. Daarom ging ik kort daarna toch naar de huisarts”, begint Marije.
Naar de mammapoli
De huisarts, die niets verontrustends voelde, stuurde Marije voor de zekerheid door naar de mammapoli. “Op een zonnige vrijdag in juni ging ik op de fiets naar het ziekenhuis voor een mammografie en een echo.” “De radiologe zag tijdens de echo ‘architectonisch afwijkend weefsel’, wat aanleiding gaf tot een biopt” aldus Marije. Er werd vast een afspraak gepland voor de uitslag. “Toen ik eenmaal thuis alles aan mijn man vertelde, moest ik huilen, dit kon nooit goed nieuws zijn. ”
Als een bom
Marije en haar man gingen samen naar het ziekenhuis. “We hoorden meteen de diagnose: lobulaire hormoongevoelige borstkanker in mijn rechterborst. Ondanks dat ik het verwacht had, sloeg het nieuws in als een bom: ‘Wat betekent dit? Betekent dit dat ik doodga? En onze meiden (van -toen- 12 en 17) dan?’ Dat gaat dan allemaal door je hoofd.”
Het behandelplan was: operatie plus bestraling. Er moest ook nog een MRI gemaakt worden en er werd een afspraak met de plastisch chirurg gemaakt. “Ik heb een grote cupmaat, dus na de borstbesparende operatie rechts was het logisch om ook de linkerborst meteen te opereren.” Omdat de MRI ook nog een vlekje in de oksel liet zien, moest er opnieuw een echo gemaakt worden. “Gelukkig was het geen uitzaaiing! De operatie zou na onze vakantie gebeuren, daarna een hersteltijd van zes weken en dan nog 15 bestralingen. Het lukte gelukkig goed om de zorgen en spanning te parkeren en van de vakantie te genieten.”
Toch chemo
“In augustus was het zo ver: ik werd geopereerd. Dat ging prima, ik had geen drains, alleen speciale pleisters. Ik moest eraan wennen om op mijn rug te slapen, maar ik voelde me heel redelijk.” Een tegenvaller was dat er 3 lymfeklieren waren aangetast en verder onderzoek nodig was. In elk geval werd chemotherapie aan het behandelplan toegevoegd. Met een FES scan werd bekeken of de kanker zich verspreid had.
“Zenuwslopend”, zegt Marije over die tijd. “Ik probeerde om vertrouwen te hebben in mijn lichaam en te luisteren naar mijn gevoel, maar parkeren lukte dit keer niet. De scan was gemaakt op een maandag. De donderdag erna hadden we een afspraak bij de oncoloog om de uitslag te bespreken. Maar dinsdag belde de oncologisch verpleegkundige al: er waren geen zichtbare uitzaaiingen. De opluchting was enorm…”
Stap voor stap
Marije besloot het hele traject stap voor stap aan te pakken. “Herstellen van de operatie, bestraling, chemotherapie. Eerst vier keer de AC-kuur, daarna twaalf keer de Paclitaxel. En zo is het ook gegaan.”
De chemotherapie kon Marije goed aan. Het moment dat ze haar haar verloor vond ze heftig. “In de derde week trok ik er hele plukken uit. Dat wilde ik niet, dus een dochter van een vriendin kwam het afscheren. Het was of de grond onder mijn voeten wegzakte, de tranen kwamen vanuit mijn tenen.” Ook de reactie van haar dochters vond Marije lastig. “Je was wel ziek, maar nu ben je een ‘moeder met kanker’, zeiden ze.” Aan een pruik is Marije nooit begonnen. “Binnen een katoenen mutsje en buiten een gezellige wollige muts.”
De draad weer oppakken
“Zonder mijn gezin, mijn familie, mijn vrienden en mijn collega’s was ik deze periode niet doorgekomen. De warmte van alle kaarten, de adventskalender met elke week een klein cadeautje, de lieve appjes en bloemen… het was overweldigend”, blikt Marije terug.
En nu… is de behandeling klaar. “De rust keert terug. Het voelt gek, maar ook goed om de draad weer op te pakken. Ik wil niet de angst de bovenhand laten voeren en weer vertrouwen op mijn lichaam en de signalen die het geeft. Lobulaire borstkanker is een grillige borstkanker, het kan jaren sluimeren om na 5, 10 of zelfs nog langer ineens weer terug te komen ergens in het lichaam. Er is nog zoveel niet bekend over dit type borstkanker! Dat maakt het vertrouwen soms wel lastig. Voor mij werkt het om dan te denken aan mijn gezin, aan de plannen die we nog hebben, aan de toekomst van de meiden, waar ik een onderdeel van wil zijn. Kortom: voorlopig moet ik er nog gewoon zijn en is het leven mooi.”