Drie nominaties voor Jonge Onderzoekers Stimuleringsprijs
Emmie van den Elzen, Sarah Prückl en Inge van Strien zijn de drie genomineerden voor de Jonge Onderzoekers Stimuleringsprijs. Borstkankervereniging Nederland ontving zeventien prachtige inzendingen voor deze prijs. Na een zorgvuldig beoordelingsproces presenteren wij hier de drie genomineerden.
Borstkankervereniging Nederland vindt het belangrijk dat er onderzoek wordt gedaan naar de optimale zorg bij borstkanker. Hiervoor hebben wij in 2023 de borstkankeronderzoeksagenda opgesteld en is de Jonge Onderzoekers Stimuleringsprijs in het leven geroepen. Daarnaast is het doel van de prijs om jonge onderzoekers te stimuleren om binnen het borstkankeronderzoeksveld te blijven werken.
De winnaar wordt bekend gemaakt op 6 juni tijdens de Samen Verder Dag van Borstkankervereniging Nederland, waarbij de genomineerden kort zullen vertellen over hun inzending.
Emmie van den Elzen, Máxima Medisch Centrum (MMC)
In mijn onderzoekswerk richt ik mij op chronische pijn in de borstregio, oksel en/of arm na borstkankerbehandeling. In de praktijk zien we doorgaans drie vormen van pijn, die samen kunnen bestaan: pijn door schade aan weefsel (verklevingen/oedeem), diffuse zenuwpijn (na bestraling/littekenvorming), en een duidelijk aanwijsbaar zenuw-triggerpunt. Deze laatste vorm van pijn is tot op heden niet eerder onderzocht. Voor het eerst is bij deze patiënten in Máxima MC een verdovende injectie gegeven op het meest pijnlijke punt, met als doel de pijn te verminderen door de prikkelende zenuw tot rust te brengen. De eerste resultaten zijn veelbelovend en vormen de basis voor uitgebreider onderzoek. Het uiteindelijke doel is om pijn beter bespreekbaar te maken, verschillende soorten pijn te onderscheiden en persoonsgerichte behandeling mogelijk te maken — ook voor deze tot nu toe onderbelichte pijnvorm.
Borstkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen in Nederland. Dankzij verbeterde screening en behandeling is na vijf jaar gemiddeld bijna 9 op de 10 vrouwen met borstkanker nog in leven. Achter deze positieve cijfers gaat echter schuil dat bijna de helft van de vrouwen na afronding van de behandeling blijft kampen met chronische pijn in de borstregio, oksel en/of arm, wat ingrijpende gevolgen heeft voor het dagelijks functioneren, intimiteit en emotioneel welzijn. Gesprekken met deze vrouwen laten zien dat hun pijn vaak moeilijk te duiden is en onvoldoende wordt herkend, wat niet alleen leidt tot lichamelijk lijden maar ook tot gebrek aan erkenning. Deze vrouwen verdienen het om na een intensief behandeltraject hun leven weer vorm te geven, zonder dagelijks geconfronteerd te worden aan borstkanker en chronische pijn. Mijn streven is om met onderzoek bij te dragen aan beter begrip, eerdere herkenning en gerichte behandeling van deze pijn, zodat kwaliteit van leven daadwerkelijk een centrale plaats krijgt binnen de borstkankerzorg.
Sarah Prückl, Nederlands Kanker Instituut (NKI)
Voordat ik begon met mijn onderzoek, werkte ik als arts met borstkankerpatiënten in de kliniek. Ik mocht hen begeleiden en behandelen vanaf het moment van diagnose, tot de operatie, en in de jaren daarna. Mijn patiënten hebben mij laten zien wat belangrijk is in het leven. Zij vulden mijn spreekkamer met veerkracht en liefde voor het leven. Met mijn onderzoek hoop ik iets aan hen terug te kunnen geven.
Net als mijn patiënten droom ik van een optimale behandeling voor iedere vrouw, zodat zij hun kinderen en kleinkinderen kunnen zien opgroeien en mijn spreekkamer kunnen verlaten met energie om de dingen te doen die er voor hen echt toe doen.
Om dat te bereiken is het essentieel dat we de vrouwelijke biologie beter begrijpen. Mijn onderzoek richt zich daarom op de invloed van de vrouwelijke biologie, denk bijvoorbeeld aan de menstruatiecyclus en de menopauze, op borstkanker en de behandeling ervan. Met de Chemosense-studie onderzoeken we bijvoorbeeld hoe de fysiologische menstruatiecyclus de effectiviteit van chemotherapie beïnvloedt.
Een belangrijke vraag is ook wat er gebeurt wanneer we die cyclus beïnvloeden, en of we dat beter kunnen benutten. Jonge vrouwen met een kinderwens kiezen regelmatig voor behandeling met gonadotropine-releasing hormone (GnRH)-agonisten om hun vruchtbaarheid te beschermen. Deze medicatie onderdrukt tijdelijk de menstruatiecyclus en brengt de eierstokken in een rustfase. Toch is er in de klinische praktijk nog weinig bekend over de optimale timing van deze behandeling, en bestaat er aanzienlijke variatie. Dit roept de vraag op of we GnRH-agonisten slimmer kunnen inzetten en beter kunnen timen, zodat de cyclus optimaal wordt onderdrukt, met als doel zowel de behandeluitkomsten te verbeteren als de vruchtbaarheid beter te beschermen.
Door de zorg verder te optimaliseren en meer rekening te houden met de vrouwelijke biologie, hoop ik dat we vrouwen niet alleen betere overlevingskansen kunnen bieden, maar ook meer mogelijkheden om hun kinderwens te vervullen. Mijn wens is dat vrouwen in de toekomst mijn spreekkamer kunnen verlaten met nieuwe energie en met dromen over het leven na kanker.
Inge van Strien, Amsterdam UMC
Mijn drijfveer is om te onderzoeken hoe gezondheidsinformatie begrijpelijk en toegankelijk kan worden gemaakt, zodat iedereen weloverwogen keuzes kan maken. Dit geldt voor keuzes over deelname aan de bevolkingsonderzoeken en voor beslissingen rondom medische behandelingen. Een diagnose als borstkanker heeft een enorme impact op iemands leven en juist daarom is het essentieel dat de informatie begrijpelijk is, aansluit bij de persoon en op het juiste moment wordt gegeven.
In mijn onderzoeksprojecten heb ik oog voor mensen die moeite ervaren bij het begrijpen van gezondheidsinformatie, bijvoorbeeld doordat zij het lastig vinden om informatie over gezondheid toe te passen of betekenis te geven aan de getallen en kansen die worden gecommuniceerd. Samen met mensen uit de doelgroep heb ik onderzoek gedaan naar toegankelijke informatiestrategieën over de bevolkingsonderzoeken naar kanker. Wat is er al bekend bij verschillende doelgroepen over het bevolkingsonderzoek en welke informatie hebben zij nodig om een goede keuze te maken? Mijn huidige project richt zich op de ontwikkelingen rondom risico-gebaseerde borstkankerscreening: hoe kunnen we hierover begrijpelijk communiceren?
Tijdens mijn promotietraject onderzocht ik hoe gepersonaliseerde risico-informatie voor adjuvante behandelingen bij borstkanker het beste kan worden weergegeven in een keuzehulp. Uit de gesprekken met vrouwen bleek dat zij vooral behoefte hebben aan informatie over de gevolgen van deze behandelingen op langere termijn. Hoe hier in de spreekkamer het beste over gesproken kan worden is een belangrijke vraag. De focus ligt in deze gesprekken vaak op overleving, waardoor nadelige gevolgen soms worden onderschat of onvoldoende worden besproken. Graag zou ik samen met vrouwen uit de doelgroep onderzoeken hoe in de spreekkamer beter gecommuniceerd kan worden over de langetermijngevolgen en late gevolgen van behandelingen. Het zou heel waardevol zijn als we zorgverleners kunnen ondersteunen met een concreet en praktisch communicatieformat voor deze gesprekken.
Bericht gepubliceerd op 30 april 2026